Beginners spelregels

Het is belangrijk dat wanneer er een party gedamd wordt we weten hoe de spelregels zijn. Bij het dammen worden er bij de NIET clubdammers soms hele rare regels gehanteerd. Zoals als je vergeet te slaan dat de tegenspeler dan de schijf waarmee geslagen moet worden van het bord genomen wordt. Ook hoor je heel vaak dat damslag eerst moet.

Even de belangrijkste regels op een rijtje.

  1. Wit begint met zetten, daarna zwart enz.
  2. Alleen vooruit schuiven (1 vakje tegelijk) over de donkere velden is toegestaan.
  3. Een dam mag zich over 1 of meerdere velden verplaatsen in een rechte lijn over de donkere velden. Dit mag zowel vooruit als achteruit.
  4. Slaan is verplicht zowel vooruit als achteruit. (dus je moet slaan). Vergeet je te slaan (je zag het niet) dan mag de tegenstander beslissen of je alsnog moet slaan of dat de gedane zet als geldig wordt genoteerd.
  5. Slaan mag alleen over een schijf of dam wanneer er achter deze schijf of dam een leeg veld is. Dus je kunt nooit slaan over 2 schijven zonder dat hier een leeg veld tussen zit.
  6. Bij het slaan, mogen de schijven pas van het bord worden genomen wanneer de gehele slag is uitgevoerd!
  7. Meerslag gaat voor.(Je moet altijd de slag nemen waar je de meeste stukken van het bord kunt nemen.)
  8. Damslag gaat NIET voor. Dus bij keuze van slaan met een schijf of dam mag je zelf beslissen. Je moet wel regel 5 in de gaten houden (meerslag gaat dus wel voor).
  9. Wanneer een schijf op de achterste lijn van de tegenstander komt (einde van de slag of zet) dan promoveert deze tot dam (een schijf erboven op, het zogenaamde 'kronen' tot dam). Vergeet je de schijf te kronen, dan blijft het altijd een dam. Het kan voorkomen dat een schijf via de achterste lijn gaat bij een slag (het wordt dan geen dam op het moment dat de schijf hier passeert).
  10. Je wint de partij wanneer je tegenstander niet meer kan zetten. Dit kan zijn dat hij geen schijven meer heeft of dat de schijven die nog op het bord staan niet meer kan verzetten (vast staan).
  11. Je wint de partij wanneer de tegenstander de schijven door elkaar gooit of weigert verder te spelen.
  12. Je wint de partij wanneer de tegenstander zich gewonnen geeft (zo hoort het!).
  13. Je wint de partij wanneer de tegenstander niet het aantal zetten binnen een afgesproken tijd haalt. (Bij officiële wedstrijden wordt er met een klok gespeeld. Je moet dan bijvoorbeeld 60 zetten binnen 2 uur doen. De partij moet dan ook genoteerd worden door beide spelers).
  14. Een partij is gelijkspel (remise) wanneer geen van beide spelers meer kan winnen.
  15. Een partij is remise wanneer beide spelers dit overeenkomen.

Gedragsregels waar je je aan hoort te houden bij het dammen.

Bij de aanvang van een partij geef je elkaar de hand en wens je je tegenstander een leuke, goede of prettige partij.
Een dampartij wordt normaal in alle rust gehouden.
Wees altijd sportief.
Nadat de partij beëindigd is geef je elkaar een hand of om de tegenstander te feliciteren of om de felicitatie in ontvangst te nemen.